Brief die niet echt bezorgd kon worden

Ministry of Truth

Chief city – Airstrip one

T.a.v. mr O’Brien


Betreft: Bijzondere opsporingsambtenaren


2-4-2023, Havelte


“It was a bright, cold day in April and the clocks were striking thirteen.” 


Geachte heer O’Brien,


in het echt heet u natuurlijk anders. Maar u bent in mijn leven, wat O’Brien is voor Winston Smith. U bent alleen onzichtbaarder en ongrijpbaarder. Ik heb zelfs uw hele gezicht nooit gezien. Een onzichtbare vijand die achter de schermen aan de touwtjes trekt en alles en iedereen bespeelt, om er voor te zorgen dat het onrecht dat mij en mijn dochter is aangedaan, veilig in de doofpot blijft. Om alle stinkende zaakjes van lokale volksmenners die jaren naar uw pijpen dansten om mij als kritisch schrijfster te marginaliseren, te verbergen in een perfect geconstrueerd rookgordijn van vermeende stoornissen (die mevrouw Neuteboom niet mag weten), waarmee alles wat ze zegt ongeloofwaardig gemaakt wordt. Meneer O’Brien, of hoe u ook heet. Deze brief is voor u. Ook al weet ik niet waar u zit en wie u bent. Ik weet dat u er bent. Zoals je het ook weet als er iemand achter je staat, omdat je iemands adem in je nek voelt. Of zoals je het weet wanneer iemand constant in jouw richting kijkt. 


Ik fantaseer er wel eens over waar u voor werkt en wie u bent. Of ik u misschien heimelijk ooit ontmoet heb, zonder te weten dat u het bent. Misschien is het niet 1 persoon, maar een groep personen. Bent u de burgemeester van Westerveld? Of iemand daarboven? Iemand van de AIVD? De veiligheidsregio? Het ministerie van justitie, dat niet veel verschilt van het ministerie uit Orwell’s book? De lokale boa’s, aangestuurd door meneer Groen van de afdeling handhaving? 


Ik herinner me een bezoek van de politie, ergens in het jaar 2015 of 2016. Ik had een klacht ingediend bij de politie over bejegening van de oude wijkagent, die hier steeds aan de deur kwam om mij te controleren. Hij wilde dat ik stopte met bloggen. En hij vond dat ik moest werken. Volgens mij zijn dat twee dingen die de politie niet aangaan. Tenzij we in de roman 1984 beland zijn. Ipv aangiftes op te nemen tegen strafbare feiten, gedragen ze zich steeds meer als een thought-police die meent zich te mogen bemoeien met het recht op vrije meningsuiting. 

De klacht werd niet behandeld. Ik kreeg ook geen inzage in wat er over mij in het politie-systeem stond. Ik moest er eerst de ombudsman bij halen, voordat er een klachtenfunctionaris bij mij thuis kwam. Hij werd vergezeld door een kale man die van de gemeente was. Maar wat zijn functie was, kan ik mij niet meer herinneren. Beide mannen waren gemaakt vriendelijk. De kale man met bril, die wel iets weg had van O’Brien, had een spottende, uitdagende blik in zijn ogen. Het was in de tijd dat wij hier heel veel last van de dronken arbeidsmigranten hadden. En de kale man begreep niet waarover ik het had, toen ik hem zei dat ik niet de enige in het land was die dit meemaakte met deze groep mensen, dat ze berucht stonden om dit gedrag. De kale man deed alsof ik discrimineerde en vond wat ik zei flauwekul. Maar de politieman bevestigde wat ik zei. Waarop de kale man wat gas terug nam. Ik was in die tijd aan het schilderen. Ik maakte kunstvervalsingen van Van Gogh, met acrylverf. Omdat ik graag de verhoudingen met de politie wilde verbeteren en hoopte dat dit gesprek daarvan het begin was, schonk ik als ‘relatiegeschenk’ 1 van mijn mooiste vervalsingen. Ik denk dat die na het bezoek direct in een vuilnisbak gekieperd is, want ik heb er nooit een leuke reactie op gekregen. Mijn werk is voor jullie NOOIT iets waard geweest. Of het nou een boek was, mijn tekenwerk, het moederschap of de oprichting van mijn stichting: alles moest kapot! Om te voorkomen dat ik ooit nog invloed uit kon oefenen op de publieke opinie, zoals ik dat in het verleden (best wel goed!) had gedaan. 


Enkele jaren later had ik een loodgieter nodig omdat de afvoer weer eens verstopt zat. Tot mijn grote verbazing kwam de kale man, verkleed als loodgieter mijn huis binnen. Voorzien van een emmer en een ontstopper. Ik schrok. Hij schrok. Maar hij herstelde zich. Ik deed alsof ik het niet doorhad. Hij deed alsof hij niet zag dat ik hem doorhad. Kokhalzend heeft hij het afvoerputje ontstopt. Ondertussen gaf hij zijn ogen flink de kost, in mijn woning. 

Ik heb nog nooit een loodgieter meegemaakt die zoveel belangstelling had voor mijn huis. Ik heb ook nog nooit een loodgieter gezien die zo te werk ging als hij! 


Toen hij weg was en ik langzaam uit mijn bevroren houding ontdooide, dacht ik: misschien is hij van baan veranderd? Ik ken geen ambtenaar die zijn baan opgeeft om het smerigste werk van het land te gaan doen. Meneer O’Brien. 

U denkt dat ik dom en ziende blind ben. Maar het was niet de eerste keer dat u een boa op mij afstuurde. Ik word al gecriminaliseerd sinds ik met mijn dochter remigreerde en probeerde om weer ons land binnen te komen. 


April 2012: We werden opgevangen door mensen in Meppel. Op de Blankenstein. Vlakbij het park. We mochten daar logeren in een door hun verbouwd kippenhok, op 2 meter afstand van het spoor. Waar dag en nacht de treinen langs raasden en waar het op 4 plekken tegelijk inregende. De kachel deed het niet. Het was zo koud, dat alle insecten ook bij ons naar binnen kropen om tevergeefs wat warmte te zoeken. Om het land in te komen, moest ik een inkomen aanvragen: een bijstandsuitkering of een daklozenuitkering. Ik kreeg geen van beide. De aanvraag en de vragen om hulp werden getraineerd. De gemeente Meppel vond dat ik moest werken, maar ik kon niet werken, omdat er geen huis was. En we konden niet aan een huis komen, omdat er geen inkomen was. 

Ik heb het honderden keren uit staan leggen, maar niemand deed wat. De gemeente Meppel kwam na maanden pas in actie, toen we met ruzie uit dat vogelhok gezet werden (zie brief aan Gijs Meijer!) en ondergebracht werden op een ander adres in Steenwijk. Toen bleek dat er al die tijd iemand had gepost voor het huis op de Blankenstein en dat men had gezien dat wij met onze spulletjes weer ergens anders ondergebracht werden. De aanvraag van de uitkering werd om die reden afgewezen. En ik kon weer van voren af aan beginnen. 


Ik weet dat de BOA’s in Drenthe heel erg actief zijn in het opsporen van uitkeringsfraude. Voor jullie is iedere uitkeringsgerechtigde een crimineel die vervolgd moet worden, om eventueel teveel uitgekeerd geld terug te kunnen vorderen en iemand de rest van zijn miserabele bestaan in de geeuwhonger te duwen, nog zieker te maken dan iemand van alle stress al is! Wij zijn allemaal verdachten voor jullie. Ipv mensen die hier evenveel recht hebben op een bestaan als ieder ander mens. 


Sinds de C-crisis is de controle nog verder opgeschroefd. Ik heb hier al eerder blogs aan gewijd. Maar ik zal nog een keer beschrijven wat ik met u of uw medewerkers meegemaakt heb, om u te laten weten dat ik u door heb. Ik reageer vaak niet op het moment dat het gebeurt, omdat het zo erg is dat ik het niet kan geloven. Omdat ik stiekem hoop dat ik het verkeerd heb. Dat ik gewoon alleen maar wantrouwend geworden ben door mijn ervaringen met de overheid. Ik ben opgegroeid bij iemand die niet veilig en betrouwbaar was. Elke keer als het weer gebeurd, merk ik dat ik reageer als het kind dat ik vroeger was. Wanneer ik met een bepaalde volwassene in een situatie geraakte die onveilig voelde. Ik bevries en ik speel het spelletje mee. Omdat dat vroeger de enige manier was om ‘veilig’ te blijven. Maar ik wil u laten weten, dat hoe beschadigd ik ook ben, ik het door heb en dat ik mij hierdoor niet van mijn stuk laat brengen of op andere gedachten ben te brengen. Leest u even mee, meneer O’Brien? 


Aan het begin van de c-crisis was ik heel erg bang. Mijn gezondheid was niet zo goed en ik heb zeker een half jaar lang gedacht dat wij bedreigd werden door een monstervirus waar spoedig het halve dorp door zou worden uitgeroeid. Ik heb me echt maanden en maanden opgesloten in huis. Durfde nauwelijks nog boodschappen te halen. Niemand uit dat zogenaamde wakkere BBB-dorp is naar mij toe gekomen om me uit te leggen wat er werkelijk aan de hand was. Ik kwam daar dus wat later achter, toen de maatregelen zelfs voor mij onlogisch werden en ik naar de alternatieve media ben gaan luisteren. 

In die maanden dat ik in mijn eentje thuis zat, belde ik af en toe met de luisterlijn. Dat had ik in de jaren daarvoor ook al eens gedaan. Als ik het echt moeilijk heb met iets en er niemand anders is om mee te praten. En er is al ruim 10 jaar niemand meer om mee te praten, omdat jullie van mij aangeschoten wild hebben gemaakt, met je verdachtmakingen en je repressie!

Omdat ik dus vaker heb gebeld met de luisterlijn en omdat ik zelf vroeger telefonische hulpverlening heb gedaan, weet ik wat ik wel en wat ik niet kan verwachten als ik daarmee bel. Mensen die bij de luisterlijn werken, zijn over het algemeen heel sociaal vaardige mensen, die ervan houden om met mensen te praten en dat ook goed kunnen. Je gaat dat werk alleen doen als je van mensen houdt. Vaak zijn het mensen die al werkzaam zijn als coach of als therapeut. Daarnaast worden ze getraind voor dit werk. En ik weet precies waar die training uit bestaat. 

Daarom schetste het mijn verbazing toen ik in 2020 ineens steeds dezelfde vrouw aan de lijn kreeg (ipv elke keer iemand anders) die een bovenmatige belangstelling had voor: of ik mij wel aan de maatregelen hield. Ik durf er mijn handen voor in het vuur te steken dat geen enkele medewerker van de luisterlijn zo met een beller om zou gaan. Ook al zullen er bij de luisterlijn verschillende meningen geweest zijn over deze ‘pandemie’. 

Ik heb tijdens die twee jaar dat we in die ‘pandemie’ zaten, ook twee mannen aan de lijn gehad die ronduit lomp en ongeinteresseerd waren. Die absoluut niet konden communiceren er ook duidelijk geen zin in hadden. Toen ik voor mezelf toe moest geven dat hier echt iets niet klopte, heb ik dit besproken met een vriendin waar ik wel eens mee belde. Zij vond het niet gek. Sterker nog: ze had zelf het gevoel dat mijn telefoon afgeluisterd werd, omdat ze steeds een rare klik in de verbinding hoorde. 

Ik heb daarna niet meer met de luisterlijn gebeld. Wat heel vervelend is, omdat ik verder nergens terecht kan. Ik moet alle zorgen dus in mezelf oplossen, want van deze gemeente moet ik het duidelijk niet hebben. 

De laatste keer dat ik belde, is niet zo lang geleden. Het ging slecht en ik hoopte dat de controle weg zou zijn, nu we uit die zogenaamde ‘pandemie’ zijn. Ik kreeg een vrouw aan de lijn waar totaal geen warme belangstelling of interesse vanuit ging. Die net als de voorgaande figuren duidelijk geen telefoontraining had genoten. Waar geen greintje sympathie of steun vanuit ging. In plaats daarvan kreeg ik alleen maar weer controle vragen. 

De controlevragen tijdens de ‘pandemie’ waren of ik me wel aan de regels hield. De nieuwe controle vragen, die ik vaker op me af krijg bij contact met het ‘sociaal domein’, zijn: wat ik overdag doe. In het hele gesprek was er geen greintje belangstelling voor mij als mens. Maar ze wilde wel weten wat ik overdag doe en wat ik eet. En omdat ik die vragen al eens eerder op me af had gekregen, wist ik dat ik weer te maken had met een andere instantie dan de luisterlijn. En dat het doel van het gesprek niet was: mij steunen. Maar mij uithoren. 

Ik heb heel braaf meegespeeld. Zoals ik dat gewend ben. In mijn maag voelde ik: hier klopt iets niet. Maar het duurt even voordat mijn hoofd bereikt en ik weet hoe ik moet reageren. Dan heb ik al opgehangen en is het te laat. Daarna ga ik dagen, weken lopen malen over zo’n gesprek. Terwijl het gewoon duidelijk is: mijn telefoon wordt onderschept! 


De vrouw aan de telefoon was een weinig intelligente vrouw zonder oprechte belangstelling voor mensen. Ze zei steeds: “Ik weet niet wat ik hiermee moet hoor.” Dat zou iemand bij de luisterlijn NOOIT zeggen! Ook al zijn het vrijwilligers, die mensen kunnen communiceren. Daar worden ze op getraind. Zoals ik daar zelf ook voor ben getraind. Als ze zoiets zei, leek het wel alsof iemand haar zei wat ze vragen moest. Want dan kwam er zo’n controle vraag. En men is er bij de gemeente enorm op gebrand dat ik wat doe. Ik weet niet waarom, want ik krijg van hen geen uitkering. Ik zit bij het uwv. En ik zit bij het UWV omdat ik afgekeurd ben. Helemaal. Meneer O’Brien. Misschien kunt u dat even noteren, zodat ik het niet steeds uit hoef te leggen!

Nee, meneer O’Brien. Ik lig niet de hele dag in bed. In drink niet, ik gebruik geen drugs. Zelfs met de medicinale cannabis ben ik gestopt, omdat dat niet werkt. Nee, ik werk ook niet zwart. Want daar heb ik de energie niet eens voor. Als u zo gebrand bent op zwartwerkers: Zwartwerken is ongeveer ‘uitgevonden’ op het Drentse platteland. Iedereen beunt hier bij. Mogelijk zelfs u, meneer O’Brien. Of anders wel uw familie en vrienden. Maar daar kijkt u van weg! U bent alleen maar uit op het pakken van mensen met een uitkering, omdat u verteert wordt door haat tegen mensen met uitkeringen! 


Ik werk onbetaald als participatie-kunstenaar. Op dit moment heb ik als ‘klant’ mijn eigen uitkeringsinstantie. Dus als u met uw hete adem een beetje uit mijn nek wegblijft, dan hebben we over een paar maandjes een mooi en met liefde geillustreerd boekje. Als u dat nou even doorgeeft aan de dames bij de telefoon, dan kan ik misschien voortaan weer gewoon fijn bellen met de luisterlijn als ik er even doorheen zit. 


In de jaren dat ik nog op twitter zat, heb ik heel vaak gewaarschuwd dat het veiligheidssysteem dat na 9/11 opgetuigd is, zogenaamd in het kader van de terrorismebestrijding, wel een gebruikt zou kunnen gaan worden tegen de eigen burgers. Inmiddels is de hele definitie van terrorisme opnieuw gedefinieerd. Net als ‘psychose’. Zodat je iedere burger die die niet zint op kunt ruimen als een gevaarlijke psychoot of een terrorist. En niemand ziet het. Je ziet het pas, als je zelf in de fuiken van de overheid beland. 


Hoe kapot u mij ook gemaakt heeft, ik zal altijd voor mijn mijn geloof, mijn mening, mijn waarden en mijn rechten blijven staan. Ik weiger voor u te buigen omdat u vindt dat ik (kale man met bril, ergens rond 2015/2016!) DANKBAAR moet zijn voor het feit dat u mij tien jaar gegijzeld heeft in een kermisdorp, onder dreigementen en verdachtmakingen die mij als mens en als moeder helemaal gesloopt hebben. Dat was wat er tegen mij werd gezegd: dat ik dankbaar moest zijn. Dankbaar dat mijn leven me afgenomen was. Dankbaar dat anderen voor mij bepaalden hoe ik leven moest, waar ik leven moest. Dankbaar voor een gevangenis. 


War is peace

Freedom is slavery

Ignorance is strenght


Sabine

Reacties

Populaire posts van deze blog

Theehuis.

Zeepokken

Dorpspispaaltje van Havelte