Brief aan de Franciscanen die een valse AMK-melding deden omdat ze hun eigen misstanden onder het kleed moesten houden.

Beste Anja,

in februari 2012 ben ik 2 weken te gast geweest in Stoutenburg, toen ik door remigratie tussen wal en schip geraakt was en de verantwoordelijke gemeentes die zorgplicht hadden, niet thuis gaven. Ik bewaar ons ons verblijf bij jullie collega’s van stoutenburg warme herinneringen. Er was echter afgesproken dat wij maar twee weken konden blijven. Omdat we nergens anders in het land opvang konden vinden, heeft de leiding van stoutenburg ons doorgestuurd naar jullie.

Ik denk dat je je nog wel kunt herinneren wie wij waren. Maar voor de zekerheid breng ik het je toch maar in herinnering, want je vangt natuurlijk ontzettend veel mensen op, het hele jaar.

Het intakegesprek vond plaats via de telefoon met Ineke, toen ik nog in Stoutenburg was. Ineke klonk aan de telefoon al gelijk autoritair, onvriendelijk en kortaf. Ik was al aan het einde van mijn latijn en voelde dat dit geen goeie stap zou zijn. Stoutenburg dwong ons om bij jullie een plek te aanvaarden. Ondanks dat ik helemaal niet het gevoel had welkom bij jullie te zijn en ook al waren jullie van begin af aan onvriendelijk. Zonder reden. Want ik heb in Stoutenburg alleen maar warmte en vriendschap ervaren. Ondanks dat wij om niet zo leuke redenen bij hen terecht waren gekomen.

Ik herinner me nog dat Ruben (Niet Gerben!) ons naar jullie toe reed met de auto. Op de drempel van de donkere gang van jullie leefgemeenschap, voelde ik dat dit helemaal foute boel was. Hoewel jullie wisten dat wij kwamen, was er niemand om ons op te vangen. We stonden daar in een donker, uitgewoond hol dat geen greintje vriendelijkheid ademde.
Ik vroeg Gerben ons mee terug te nemen naar Stoutenburg. Hij deed het niet, hij liet ons daar achter.

Onze slaapkamers waren koud en afgeleefd. Het beddengoed dun en vies. Het behang op de kamer van mijn dochter was afgebladderd. Het was zo naargeestig, dat mijn dochter alleen maar bij mij wilde slapen. In een eenpersoonsbed dat zo ranzig was, dat ik bang was dat ik er iets aan over zou houden. Zodat ik de volgende dag van geld dat ik van Stoutenburg had meegekregen, eerst schoon beddengoed bij Hema heb gehaald. Op een slecht afgesteld, oud krakkemikkig kinderfietsje, in Enschede. Daar hebben we ook gelijk ontbeten. Want al gelijk op de eerste ochtend van mijn corvee, was er in het hele huis geen droog brood meer te vinden voor ons.

Op de dag van aankomst is er een gesprek geweest met jou en Ineke. Een intakegesprek over de achtergronden van onze ‘dakloosheid’. Ik werd op ongepaste wijze uitgehoord en bekritiseerd op beslissingen die ik in mijn leven heb genomen, denkend dat het de goede was. Ook kreeg ik de sarcastische, zure opmerking naar mijn hoofd: “Zo, dus jij valt op foute mannen?” Ik heb jullie aangesproken op de respectloze manier van communiceren. Dat het jullie geen zak aangaat waar ik wel of niet op val. Ik kwam voor opvang, niet voor therapie. Blijkbaar waren jullie niet gewend om tegenwind te krijgen. Want hoewel jullie me gelijk gaven, is er in die paar dagen dat ik bij jullie in huis zat met mijn dochter, een hele akelige, vileine strijd uitgebarsten die erop gericht was om mij aan jullie wil en wet te onderwerpen en mij als persoon af te breken. Ik weet niet wat ik jullie misdaan heb om zo behandeld te worden. Maar in deze brief zal ik jullie uitleggen, wat jullie behandeling met mijn leven en dat van mijn dochter heeft gedaan!

Ik ben zelf opgeleid als SD-er en heb onder andere stage gelopen in een daklozenopvang voor jongeren. Wij gingen met respect om met de clienten. Ook al kwam dat respect niet altijd terug. Maar wij zijn door jullie als honden behandeld. Erger dan honden. Want zelfs in een dierenasiel gaan ze nog aardiger om met beesten!

Na het intakegesprek kreeg ik mijn taken toebedeeld. Elke dag moest ik in mijn eentje de hele benedenverdieping schoonmaken. Behalve de natte ruimtes, want jullie waren van mening dat ‘vrouwen als ik’ dat niet konden. Ik weet niet hoe ik dat moet interpreteren, maar ik ben een volwassen vrouw, volledig bij mijn verstand en heb altijd een eigen huishouden gehad. De volgende ochtend, toen iedereen al naar zijn werk of naar school was, hadden jullie voor ons de ontbijttafel achter gelaten alsof je in een hotel was. Bekers met gemorste melk, borden met kruimels, lege broodzakken...er was nog geen theelepel naar de keuken gedragen. Ik heb als een assepoester al jullie zooi op moeten ruimen. Daarna ben ik dus met mijn dochter naar de stad gefietst, zodat we zelf ergens wat brood konden eten.

Tijdens het avondeten heb ik mij verbaasd over kliekjes van 1 wortel en twee doperwten die eindeloos opgewarmd werden totdat iemand ze opat. Want 1 wortel weggooien was verspilling. Kinderen die aan tafel moesten giechelen, kregen een klap voor hun kop. Omdat Ineke alleen in ‘stilte’ kon eten. Ik zag op jullie foto’s dat Ineke er niet meer is. Ik hoop voor haar dat ze naar een klooster is verhuist. Waar ze in stilte kan eten.

Er was een speellokaal voor de kinderen in huis. Jullie kinderen, mijn dochter en het zoontje van een ander opvanggezin speelden en konden daar achter de computer. Op een dag kwamen jullie naar mij toe, want: er was ontdekt dat er op de computers naar pornoplaatjes was gezocht. En omdat het zoontje van ......(die op school bekend stond als tamelijk onhandelbaar) naar mijn dochter had gewezen, stond als een paal boven water vast dat mijn dochter naar porno had gekeken. We werden vanaf dat moment in huis aangekeken en behandeld als dat aso-gezin dat aan porno doet!

Er is in mijn huishouden, mijn hele leven geen enkele pornofilm bekeken of aanwezig geweest! Ik heb zelf nog nooit een pornofilm gezien en mijn dochter voor zover ik weet ook niet. Mijn dochter was 10 en zo groen als gras. Die vond kussende mensen op televisie al vies. Mijn dochter trok zich op aan dolfijnenplaatjes. Ik zag aan haar reactie hoe erg ze het vond dat zij beschuldigd werd van iets dat ze ten eerste niet had gedaan. Maar dan ook nog ZO iets. Ik zag hoe het haar beschaamde. Maar wij hadden niets in te brengen. We waren die avond niet welkom aan tafel. Bij het minst geringste werd je met je bordje eten naar je kamer gestuurd.

Mijn dochter was heel erg bang voor dat jongetje en durfde op een gegeven moment onze kamer niet meer af, omdat ze steeds geschopt en geslagen werd. Toen we na een paar dagen het gesprek hadden op de basisschool waar Roos heen zou gaan, liet mijn dochter tijdens dat gesprek zich de vraag ontvallen of dat jongetje bij haar in de klas zou komen. Waarop de schoolleiding vroeg waarom ze dat vroeg. Toen bleek dat mijn dochter zo bang voor hem was, heb ik dit thuis gekomen getracht met jou te bespreken. Omdat ook mijn dochter zich veilig moet voelen in het huis waar wij werden opgevangen. Je reageerde woedend! En beschuldigde mij ervan dat wij over dat jongetje geroddeld hadden op die school en dat de dingen in huis prive waren. Je verbood mijn dochter om die school te bezoeken. En ‘s avonds mochten wij niet aan tafel komen. We werden voor straf met ons bordje eten naar onze slaapkamer gestuurd.

Omdat jij mij niet serieus nam, heb ik diezelfde middag nog zelf dat jongetje aangesproken en hem gevraagd Roos met rust te laten. Meer niet. Hij zou ‘s nachts naar zijn moeder zijn gegaan, met een verhaal over dat ik hem iets misdaan zou hebben. En weer kreeg ik straf.

IK was de volwassene. HIJ was het kind. Jullie hebben mij als moeder alleen maar te schande gemaakt waar de kinderen bij waren. Alleen maar voor het simpele feit dat ik opkwam voor mijzelf en voor mijn kind. Omdat ik mij niet laat schofferen door twee franciscaanse akela’s. Je had je man goed afgericht, de mensen om je heen dansten naar je pijpen. Niemand durft jou weerwoord te geven. Behalve ik. Je werd steeds gevaarlijker en steeds agressiever. Omdat je mij er niet onder kreeg.

Als ik alleen al je foto op je website zie staan, word ik bijna bang van je. Je ziet eruit als een oorlogsschip dat geen enkele oprechte, innerlijke vreugde kent. Alsof je zelf nooit een kind hebt kunnen zijn. Alsof je je hele leven onder een donkere kap hebt geleefd.

Ik heb elke dag die hele vervloekte opvang van je gepoetst. Ik heb mij aan alle regels, wetten en voorschriften gehouden. Toen ik ontdekte dat er een kapel was, vroeg ik toestemming om de kapel ook op te ruimen en schoon te maken en heb daar elke avond in mijn eentje zitten bidden en mediteren. Ik herinner me dat er aan de wand foto’s hingen van overleden personen. Ik dacht dat het overleden bewoners waren, franciscanen. Ik heb hen om hulp gevraagd, om de sfeer in huis goed te houden. Tot ik weg kon. Helaas gebeurde er niks.

Toen ik een afspraak had bij het maatschappelijk werk, kreeg ik daar op mijn donder, omdat ik mijn kind meegenomen had. Dat was verwaarlozing. Ik legde uit dat het verboden was om kinderen achter te laten in de opvang. En dat het me ook verboden was om mijn dochter naar school te sturen. Waar ik het kind dan moest laten?
Verder kan ik me van dat hele maatschappelijk werk niets meer herinneren. De afspraak bij de sociale dienst was vriendelijker dan ik tot nog toe bij jullie of het maatschappelijk werd had ervaren. De uitkering moest naar jullie overgemaakt worden, om alle kosten te dekken. De kosten van alle opgewarmde kliekjes die elke avond opgewarmd werden in een uitgewoonde keuken uit de jaren vijftig. De kosten van smerige, oude bedden. En een kamer waar de kachel het niet deed. Wat je opvang ook allemaal gekost mag hebben: vriendelijkheid is gratis!

Ik was al weken opzoek naar een journalist om mijn ervaringen te delen, als dakloze moeder. Dat er helemaal geen opvang is als je remigreert. Dat er uberhaupt geen opvang is. Als er al opvang is, dan is het vaak voor vrouwen met problemen. Zoals verslavingen. En alles zat vol. Op een gegeven moment vond ik een journalist van de Tubantia die interesse had. Hij zou ‘s avonds terugbellen. Helaas belde hij met het vaste nummer van de Wonne en kreeg hij jou aan de lijn. Waarop jij gelijk dacht dat ik met hem contact had gezocht om eens even een boekje open te doen over die verschrikkelijke opvang van je. Blijkbaar had je een kwaad geweten. Want ons gesprek ging over het ontbreken van professionele daklozenopvang en niet over de Wonne. De journalist heeft dat ook aan jullie uitgelegd. Maar jij was zoals altijd overtuigd van jouw gelijk. Razend was je. Echt beangstigend gewoon. Je stuurde ons weer naar onze kamer en ik mocht er niet afkomen. Je gaf me een contactverbod met de buitenwereld en stelde ultimatum: als ik niet binnen 24 uur al mijn emailverkeer aan jou openbaarde, zou ik met mijn kind de straat op geschopt worden. Ik wilde niets liever dan weg uit dat vreselijke hol van je. Maar ik kon nergens heen en liep al dagen op mijn tenen om het voor mijn dochter niet uit de hand te laten lopen. Ik heb alles gedaan om je te behagen. Maar mijn emails waren prive en bleven prive.

Ik had het gevoel alsof ik niet in een Franciscaanse opvang was, maar in een enge sekte!

Ik heb Stoutenburg meermaals gesmeekt ons op te halen. Die deden niks. De Goddelijke gerechtigheid heeft al met hen afgerekend. Daar hoeven we het verder niet meer over te hebben.

Die avond kon ik horen hoe jullie beneden bezig waren op elkaar tegen mij op te jutten. Patricia hadden jullie ook al helemaal tegen mij bewerkt. God verhoede dat twee van die sloeries een verbondje zouden smeden tegen jullie. Maar ik herinner mij nog goed hoe Patricia me onder de afwas liet weten hoe ze zich door jullie gekneveld voelde. Hoeveel alleenstaande moeders hebben jullie in dat hol het leven zuur gemaakt, hun kinderen af laten nemen, hun waardigheid gebroken, voor ik op jullie pad kwam? Is dat wat je verstaat onder naastenliefde, barmhartigheid, franciscaanse spiritualiteit?

Ik heb Roos op bed gelegd en ben begonnen al onze spullen in te pakken. Omdat ik wist dat ik de volgende dag op straat gezet zou worden. Ik was bang. En moe. Ik ben de hele nacht opgebleven en heb de hele nacht via mijn laptop overal om hulp gevraagd. Toen de ochtend was aangebroken, belde er ineens een oud klasgenootje met de vraag hoe het met mij ging. Ik legde haar uit hoe het met mij ging. Ze zei: “mijn man en ik stappen nu in de auto. We komen eraan.”

Ik durfde niet eens meer met onze spullen door de donkere gangen van jullie hol naar de uitgang. Zo bang was ik van jullie. Deze twee mensen hebben ons letterlijk met onze spullen uit die kamer bevrijd. Eenmaal bij hen in de auto riepen jullie dreigend dat jullie wel even je contacten in Meppel aan zouden spreken. En dat jullie het amk wel even zouden bellen. Ik riep door het raam: moet je doen!

Ik had echt zoiets van: amk? Voor WAT? Ik heb mijn kind toch niks aangedaan!
Ik wist dat je gevaarlijk was. Maar dat je echt het amk zou misbruiken om je gram te halen. Om je eigen haat, je frustraties af te reageren op iemand die je hulp nodig had, iemand die in nood zat...dat je zo ver zou gaan...nee. Dat had ik niet vermoed. Jij doet niet onder voor Judas van Iskariot, Als je had geweten dat ik zelf slachtoffer ben van

ECHT geweld....als je had geweten hoe mijn jeugd is verlopen en hoe ik heb moeten knokken om daar bovenop te komen....
Ik zal je vertellen wat mij in mijn leven de kracht gaf om steeds weer door te gaan, als ik eigenlijk niet meer kon! Dat was God.

Het waren de Franciscanen in Woensdrecht op het vredesactiekamp die mij voor het eerst echt raakten met het geloof. Ik heb regelmatig met de franciscaanse vredeswacht staan bidden bij de poort. Het waren de aardigste mensen die ik ooit heb ontmoet. En meer dan 30 jaar later waren het de Franciscanen die me van het geloof afhielpen, door mij als moeder verdacht te maken bij jeugdzorg, om hun eigen misstanden te verbergen.

Eerst stak je een mes in de rug van mijn kind, door mijn dochter te beschuldigen van porno.
Daarna stak je mij een mes in mijn rug, door mij bij het amk verdacht te maken.
Het gevolg was een heel akelig en slecht uitgevoerd onderzoek, waarbij het erom ging zoveel mogelijk belastende informatie over mij aan te leggen. Een samenvatting van al die belastende informatie, waarbij men niet schuwde om te liegen en valsheid in geschrifte te plegen, kwam in een rapportage terecht waar ik niet van te voren inzage in heb gehad en wat ook niet door mij is ondertekend. De beeldvorming die hierdoor is ontstaan, is een eigen leven gaan leiden en zorgt er al 11 jaar voor dat ik als mens nergens meer serieus genomen word, behandeld word als een paria, als iemand die ontoerekeningsvatbaar is, knettergek. Psychosociale zorg, medische zorg, alles wordt geweigerd.

En wie waren nou die mensen die jullie in Meppel kenden en die je wel even zou waarschuwen voor mij? Ik heb me 10 jaar afgevraagd wie dat zouden moeten zijn geweest. Afgelopen week viel het kwartje: het waren mijn oude buren uit Meppel. Die waren ook bij de franciscaanse beweging. Hij heeft zelfs bij de minderbroeders in het klooster gezeten. Zijn moeder is op mijn doopfeestje geweest, in de tuin van de stalker, waardoor ons leven op drift is geraakt. Ik kreeg van haar toen een sleutelhanger met Maria eraan. Die hangt nog steeds aan mijn rugzak. Dus die heb je tegen mij opgestookt, met je wilde verhalen?

Ik heb de gemeente Enschede op de hoogte gebracht van de praktijken in jullie ‘opvang.’ Ze deden er niets mee. Want het is mijn woord tegen dat van jullie. En een dakloze, ook een exdakloze, wordt niet geloofd. Dan ben je ineens een randgeval die niemand meer serieus hoeft te nemen.
Ik heb ook de franciscaanse beweging destijds op de hoogte gebracht van deze praktijken. Ik heb daar nooit een antwoord op ontvangen.
Ik ben in 2008 of 2009 zelf lid geweest van de Franciscaanse beweging. Ik heb me altijd geinspireerd gevoeld door de heilige Franciscus. Door alles wat ik over het franciscaanse pad had geleerd in Woensdrecht maar ook in boeken. De afbeelding van Giotto hing mijn hele leven aan de hand. Tot ik jullie tegenkwam.
Ik vond de Franciscaanse beweging elitair. En heb mijn lidmaatschap al vrij snel opgezegd. Omdat ik mij als ecologisch bewuste alleenstaande moeder te weinig herkende in wat ik zoal las in het blad.
Franciscus hangt sinds kort weer in huis. Niet meer in een mooi lijstje, maar met magneetjes op de koelkast. Het taukruis draag ik ook weer. Niet omdat ik zo graag bij jullie beweging wil horen, maar wel bij Franciscus. En dat waar deze heilige ahw symbool voor staat. Jezus kan er ook niks aan doen dat zijn volgelingen elkaar vervolgen. En hetzelfde geldt ook voor Franciscus.

Mijn leven is voorgoed kapot. Mijn gezondheid is kapot. Mijn vertrouwen in mensen, vooral in hulpverleners is kapot. De laatste jaren met mijn dochter zijn samen, waren vol verdriet, zorgen en stress. Omdat ik als moeder verdacht bleef. Ook mijn dochter heeft dat sterk beinvloed. Daar heb jij een belangrijke bijdrage aan geleverd en dat wilde ik je langs deze weg graag zeggen.

Hierbij.

Vriendelijke groet, Sabine Neuteboom

Reacties

Populaire posts van deze blog

Theehuis.

Zeepokken

Dorpspispaaltje van Havelte